Tips

De auto besturen.

De stuurmethode die we voornamelijk gaan gebruiken is de doorgeef-methode. Het voordeel hiervan is dat je altijd met twee handen stuur-contact houdt tijdens het sturen. Deze manier van sturen geeft veel zekerheid, ook bij het nemen van scherpe bochten en op rotondes. Tijdens het sturen zal je merken dat je bochten mooier worden wanneer je alleen trekkende bewegingen van boven naar beneden maakt. Bij een bocht naar rechts zal de meeste actie dan ook vanuit je rechterhand komen, en bij een een bocht naar links uiteraard andersom. De andere hand houdt wel contact met het stuur en voorkomt terugdraaien van het stuur. Belangrijk is dat je voor en tijdens het nemen van een bocht je focus richt op het punt waar de bocht verdwijnt, we noemen dit “door de bocht heen kijken”

Positie op de weg.

Het is belangrijk om je er altijd bewust van te zijn hoeveel ruimte je met je auto in beslag neem, zowel in de breedte als in de lengte. Idealiter is je positie op de weg rechts van het midden op de rijstrook, hierbij maakt het niet uit of je binnen of buiten de bebouwde komt rijdt. Er zijn rijstroken waarbij het slimmer is om meer links van het midden te rijden. Bij het rijden langs geparkeerde auto’s, bijvoorbeeld in een gebied met (aanliggende) winkels. Je zal zien dat auto’s niet altijd even netjes geparkeerd staan, in zo’n geval kan de buitenspiegel uitsteken en wanneer je hier rekening mee houdt zal je op tijd uitwijken of je rijlijn hierop aanpassen. Een andere voordeel van wat meer links op de rijstrook rijden is dat het beter lukt om voetgangers die tussen de auto’s willen oversteken waar te nemen.

Richtpunt.

In eerste instantie gebruik je beide buitenspiegels om een idee te krijgen welke positie je auto op de weg inneemt. Ik leg dit tijdens de rijles uitgebreid uit, hieronder is een afbeelding waarbij je een idee krijgt wat ik bedoel met “vast” richtpunt op de auto. In het kort komt het hier op neer: Kijk naar de linker belijning van de rijstrook (dit kan ook een onderbroken lijn zijn) en bepaal of de auto zich rechts van het midden op de rijbaan bevindt, gebruik hierbij ook de rechter spiegel om in te schatten of je net iets dichter bij de rechter belijning rijdt dan bij de linker. Vervolgens ga je de linker lijn van de rijstrook laten samenvallen met een vast punt van de auto nabij de voorruit (zie de rode pijl) Dit punt is voor iedereen verschillend want dit hangt af van de positie van je hoofd en dus ogen tijdens het recht vooruitkijken.

juiste plaats op rijstrook
Om de juiste plaats op de rijstrook te bepalen is het handig om een vast punt op de voorruit te gebruiken als richtpunt. Hou er rekening mee dat dit geen vast richtpunt is want niet iedereen zit met zijn ogen op dezelfde plaats in de auto.